TTT en examen

TussenTijdseToets

Bij je opleiding voor het praktijkexamen zullen we je vorderingen testen met een tussentijdse toets (ttt).
Deze toets is een rijtest die verloopt als een echt examen. Het is een goede gelegenheid om alvast te wennen aan het rijexamen en om eventuele nervositeit weg te nemen.
Onderzoek van de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) heeft uitgewezen, dat de slaagkans door een tussentijdse toets met twintig procent kan toenemen.
Daarom is deze toets is een kans bij uitstek om alvast te wennen aan de examensituatie.
Je hoort dan van een echte CBR examinator wat er nog verbeterd moet worden en daar kan een instructeur in 10 uur nog niet tegen op.
Nervositeit wordt met de toets bij veel kandidaten weggenomen voor het echte examen.
Tijdens de toets kun je vrijstelling verdienen voor het onderdeel bijzondere manoeuvres op het eerstvolgende auto-examen.
Na afloop van de toets kan je instructeur een adviesformulier voor je uitdraaien. Op het formulier heeft de examinator per onderdeel advies uitgebracht. Je kunt aan de hand hiervan precies zien aan welke onderdelen je nog moet werken.
Zorg dat je het adviesformulier bij je hebt als je op examen gaat. Dit is vooral belangrijk als je vrijstelling hebt gekregen voor het onderdeel bijzondere verrichtingen manoeuvres (auto).

Examen

Het praktijkexamen voor de personenauto duurt 55 minuten. Hiervan is een kwartier beschikbaar voor een introductie en voor de toelichting op de uitslag achteraf. Je kunt je instructeur vragen om mee te rijden en bij het eindgesprek aanwezig te zijn. Dan leer je des te meer van het examen. Soms kan de instructeur uiteindelijk niet mee omdat bijvoorbeeld een examinator in opleiding voorrang krijgt.
In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Na controle van je identiteitsbewijs en je theoriecertificaat overhandig je het gesloten formulier zelfreflectie.
Op dat formulier heb je vóór het examen je sterke en minder sterke punten in het verkeer gezet. Dit formulier wordt na de examenuitslag met je besproken. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereiding- en controlehandelingen uit te voeren aan de examenauto.
Dan begint de rit. De examinator let onder meer op je beheersing van de auto, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt je op zeven examenonderdelen, zoals het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en de bijzondere manoeuvres. In het vernieuwde rijexamen rijd je een gedeelte van het examen –zo’n tien tot vijftien minuten– zelfstandig naar een bepaalde bestemming.
Als je voor dit praktijkexamen tijdens de TussenTijdseToets een vrijstelling hebt verdiend voor de bijzondere manoeuvres, dan wordt dit onderdeel overgeslagen. (De vrijstelling geldt altijd alleen voor het eerstvolgende examen na je tussentijdse toets).
Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.

BNOR

Bijzondere examenvorm.

Als je binnen vijf jaar vier keer bent gezakt voor het CBR-praktijkexamen is er een andere mogelijkheid om examen te doen. Je doet dan automatisch een nader onderzoek. Dit is een bijzondere vorm van examineren.
De plaats waar de toets wordt afgenomen is rustiger, de beschikbare tijd is langer en er is meer persoonlijke begeleiding. Als je wordt afgewezen, krijg je na afloop ook advies hoe je je rijvaardigheid kunt verbeteren.
Deze speciale aanpak werkt voor veel kandidaten goed. Het aantal geslaagden ligt ongeveer vijftien procent hoger dan bij de gewone CBR-examens.
Mocht je onverhoopt niet slagen voor het nader onderzoek, dan vinden eventuele volgende nader onderzoeken ook bij het Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid (BNOR) plaats. Deze regeling geldt voor alle praktijkexamens die het CBR afneemt. Een nader onderzoek voor de theoriekennis is niet mogelijk.

Wat houdt nader onderzoek in?

Normale eisen.

Het nader onderzoek is niet gemakkelijker dan het CBR-examen. De eisen die het Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid (BNOR) stelt aan uw rijvaardigheid liggen in de wet vast en zijn dezelfde als bij het CBR. Het nader onderzoek begint net als het CBR-examen met een voorgesprek, de ogentest en een aantal voorbereidings- en controlehandelingen. Verder geldt ook tijdens de rit dat u \’het zélf moet doen\’. Net als bij het gewone rijexamen voor de auto rijdt u een deel van de rit zelfstandig naar een bepaalde bestemming. Er zijn wel belangrijke verschillen tussen een nader onderzoek en een regulier CBR-examen.

Rustige omgeving en extra tijd.

Veel BNOR-kandidaten zijn erg zenuwachtig. Een onderzoek op een van de gebruikelijke examencentra versterkt dit waarschijnlijk. Er heerst daar immers een gespannen \’examensfeer\’. Daarom maakt het BNOR gebruik van andere locaties. Meestal is het een rustige plek in een sportcentrum of restaurant. Heel belangrijk is dat er extra tijd beschikbaar is. Daarom duurt bijvoorbeeld een nader onderzoek een kwartier langer dan de CBR-procedure. Deze extra tijd wordt onder meer gebruikt om u op uw gemak te stellen voor en tijdens de rit.

Persoonlijke begeleiding.

Bij het nader onderzoek heet de examinator rijvaardigheidsadviseur. Deze ervaren adviseurs weten als geen ander dat nervositeit van grote invloed kan zijn op uw rijgedrag. Zij zullen de spanning zoveel mogelijk trachten te verminderen. In een voorgesprek probeert de adviseur een goed beeld van u en uw mogelijkheden te krijgen. Aan de hand van de vorige uitslag analyseert hij waarmee u bij het voorgaande examen problemen hebt gehad. Het is daarom van belang dat uw instructeur bij het voorgesprek aanwezig is. Tijdens het rijden doet de rijvaardigheidsadviseur er alles aan om voor u zo gunstig mogelijke omstandigheden te creëren. Zonodig wordt de auto even langs de kant van de weg gezet om de zenuwen tot bedaren te laten komen.

Advies.

U krijgt na afloop te horen of u bent geslaagd of niet. Als u bent afgewezen bespreekt de adviseur de resultaten met u en krijgt u advies hoe u uw rijvaardigheid verder kunt verbeteren. Ook bij deze nabespreking stellen wij de aanwezigheid van uw instructeur zeer op prijs. Hij weet dan waar hij extra aandacht aan moet besteden in de volgende lessen. Tenslotte bespreekt de examinator met u het formulier zelfreflectie. Wanneer er verschillen zijn tussen uw antwoorden op het zelfreflectieformulier en de bevindingen van de examinator, is het verstandig dit ook met uw instructeur te bespreken.